FACESTORIES

FACESTORIES

Delen

Behind every face lies a story to be told. Met dit motto in gedachten maakt FACESTORIES korte, perso We appreciate any of your ideas.

16/02/2026

Lidy Stoppelman (1933)

Het sneeuwt als ik bij Lidy aankom. Het is alsof het moment perfect gekozen is, sneeuw bij de vrouw die als eerste Nederlandse kunstschaatsster ooit naar de Olympische Spelen ging.

'Voor mij is sneeuw niks,' zegt ze nuchter. 'Ik ben gewend in sneeuw te rijden.' Ze zit in haar vaste stoel, met Charlie, haar kleine hondje, ergens in de buurt. We eten knolselderijsoep die ze zelf gemaakt heeft. De keuken is hoog ingericht, veel te hoog eigenlijk. 'Ik heb nooit rekening gehouden dat ik oud word,' erkent ze met een lach.

Aan de muur hangen Chinese kalligrafieën die ze zelf gemaakt heeft. Lang leven, staat er op één van de werken. Er hangt ook een gouache van haar achttienjarige zelf in een schaatspakje dat haar moeder maakte. Blue Violins, de muziek waarop ze danste tijdens de Olympische Spelen. 'Prachtige muziek,' herinnert ze zich. 'Tadla tadla pam, en dan hup, ging mijn been omhoog.'

Haar vader was Joods. Tijdens de oorlog moest hij onderduiken achter een kartonnen muur in een sigarenwinkel op de Elandsgracht. Haar moeder bracht hem eten, met Lidy achterop de fiets, tijdens de avondklok. Ze was zeven jaar. 'Ik weet dit omdat mijn moeder me dat verteld heeft,' zegt Lidy. 'Ik herinner het me zelf niet.' Tussen zes en acht uur ging de rolluik één keer open, één keer dicht, en dan mocht haar vader hen even zien door een gaatje in de poster van een Spaanse danseres. Oom Lodewijk, de oudste broer van haar vader, had die schuilplaats geregeld. Een moedige man die tegelijk met de NSB en met de ondergrondse heulde om verzetswerk te doen. De hele familie Stoppelman kwam goed door de oorlog. Door oom Lodewijk.

'Lidy, papa is in gevaar. Niet praten, niet praten,' hoort ze nog steeds haar moeders stem.

Lidy begon op haar vierde met schaatsen, achter een krukje tussen de ingevroren rijnaken op de Kromme Waal in Amsterdam. Haar vader vond kunstschaatsen mooi, dus dat moest zij ook maar doen. In 1951, 1952 en 1953 werd ze Nederlands kampioene. De wisselprijs was een zilveren schaats, gemaakt van omgesmolten dubbeltjes en kwartjes. Die ligt nu nog op de plank in Zandvoort.

Voor betere trainingsfaciliteiten trok ze naar Engeland. Haar gymnasiumopleiding liet ze vallen – schaatsen won van alles.
In 1952 ging ze naar Oslo, naar de Olympische Winterspelen. De eerste Nederlandse kunstschaatsster ooit op de Spelen. Ze reisde samen met haar moeder, die ook haar trainster en coach was, en die al haar schaatskostuums naaide. Bij haar eerste axel scheurde een armsgat uit haar pakje. 'Verschrikkelijk! Ik ben doorgegaan.' Ze eindigde als tweeëntwintigste in een veld van veertig deelneemsters.

Kans op medailles maakte ze niet, dat wist ze zelf ook. Maar het ging ook om iets anders. 'Die onderlinge sfeer. Kreeg ik last van een blessure, dan stond daar de arts van de Finse bobbers al klaar. Die saamhorigheid!' Tegelijk voelde ze zich ook eenzaam. 'Er was vooral aandacht voor de mannen.’

Ze trouwde jong, met een man die vreemdging. Constant. Een narcist met endogene depressie. Zijn eerste vrouw had zelfmoord gepleegd – uit het raam gesprongen. Lidy haatte hem, totdat ze op een dag in de spiegel keek en dacht: hij ziet niets van je haat. Weg daarmee. Hij kwetste haar geestelijk, boorde haar de grond in. 'Je kan beter een klap krijgen,' zegt ze. Hij heeft één keer tegen haar geschreeuwd. Ze pakte zijn Olivetti typemachine en gooide die tegen zijn bureau. Hij schrok zich kapot. Heeft nooit meer geschreeuwd.

Deze vrouw toont veerkracht, dat ziet iedereen. Ze vertelt: ‘Eén keer was ik zo gekwetst dat ik een week in bed bleef liggen. Toen ik opstond dacht ik: dit gebeurt me nooit meer. En het is ook nooit meer gebeurd.’
Ze werkte later aan boord van cruiseschepen waar haar man een fotowinkel had. Ze ontwikkelde daar een instinct voor mensen, kon aan hun gezicht zien wie niet te vertrouwen was. 'Die gave heb ik niet meer,' zegt ze nu met een zucht .
Ze is niet depressief van nature, zegt ze. ‘Als er iets aan de hand was ging ik aan tafel zitten en dacht na: wat kan ik eraan doen? Er moet iets te doen zijn.' Ze luistert altijd naar haar lichaam. Ze gelooft in homeopathie, maar blijft gelukkig wel met haar voeten op de grond.

Op haar plank ligt de zilveren schaats. Haar laatste overwinning staat er nog niet op gegraveerd. 'Dat moet ik nog even doen,' zegt ze. En dan, met een glimlach: 'Maar dat ga ik nooit doen.' Het Joods Museum mag het krijgen, na haar dood. Samen met de foto's van haar ouders en misschien de gouache van dat meisje van achttien in het blauwe schaatspakje. Wie weet.

Ze woont al 25 jaar in Zandvoort, vlakbij de zuidduinen, in een huis vol herinneringen. Haar notaris is testamentair executeur. Fijne buren heeft ze, jonge mensen die ze kan bellen als er iets is. Ze heeft alles geregeld. 'Je moet wel, als je helemaal alleen bent.'

Tekst en beeld: Julie Blik / FACESTORIES



Kijk naar Lidy schaatsend en pratend: https://nos.nl/video/2417340-stoppelman-verbleef-geregeld-in-davos-voor-trainingsweken

https://nos.nl/video/2417340-stoppelman-verbleef-geregeld-in-davos-voor-trainingsweken

13/11/2025

Wat een voorrecht om Jessica Durlacher eindelijk te ontmoeten 💫
In haar warme ‘schrijvershuis’ spraken we lang – over Israël, over joods zijn in deze tijd, en over alles wat het leven verder brengt.

Omdat Jessica afgelopen zondag een indrukwekkende lezing gaf in de Portugese Synagoge bij de herdenking van , deel ik op Facebook (FACESTORIES / Julie Blik) haar volledige, aangrijpende tekst.
Een verhaal dat diepe indruk maakt en helaas actueler voelt dan ooit.

📸 Foto: Julie Blik / FACESTORIES

03/06/2023

Actrice Sam Ghilane (van o.a. Tv-serie Oogappels)

Foto: Julie Blik Fotografie / FACESTORIES
2021

Wilt u dat uw bedrijf hét hoogst genoteerde Mediabedrijf in Haarlem wordt?
Klik hier om uitgelicht te worden.

Telefoon

Website

Adres

Haarlem