Anne Helpt

Anne Helpt

Delen

Anne Helpt. Praktijk voor psycho- en hypnotheraptie
www.annehelpt.nl
www.annecox.nl Ik ben psycholoog en hypnotherapeut.

15/08/2019

Saved by the dog – deel 1

Mijn cliënt Kees* komt vandaag bij mij langs om oud zeer op te ruimen. Kees, veertiger, drie jonge kinderen, heeft klachten die hij niet helemaal goed kan thuisbrengen. Iets in hem zegt hem dat het echt ‘oud’ is, dus uit zijn vroege jeug en ook dat het zomaar eens iets kon zijn gerelateerd aan seksueel misbruik, hoewel hij daar helemaal geen concrete herinneringen aan heeft. Dit vermoeden had hij al langer, maar enige tijd geleden overkwam hem wel iets opmerkelijks. Bij het kijken naar een spannende detective, onder het genot van een glaasje wijn, kwam een scene voor waarbij dwars door de muren van een ruimte waar de hoofdpersoon zich bevond de overduidelijke geluiden te horen waren van seksuele aard. Op dat moment sloeg Kees op tilt. Zweet brak hem uit, een gevoel van angst overviel hem, buikpijn, druk op de borst, typerende lijflijke signalen van een geest in paniek. Dit was voor hem aanleiding om toch eens e.e.a. te onderzoeken.

Ik heb Kees in het vorige gesprek al uitgelegd wat we gaan doen. We gaan proberen de herinnering die zo (gedeeltelijk) getriggerd werd door de filmscene naar boven te halen, om hem vervolgens beter te verwerken. Dat gaan we doen via een zgn. ‘gevoelsbrug’, een techniek die veel wordt gebruikt binnen hypnotherapie. De herinnering aan de filmscene is nog vers, de nare lichamelijke gevoelens daarbij kunnen ook makkelijk worden opgeroepen, en die worden dan a.h.w. gebruikt om eens terug te gaan in je herinnering waar je soortgelijke gevoelens ook had. Soms kom je in één klap bij de oorspronkelijke traumatische geb***tenis terecht, soms kom je op recentere geb***tenissen, die echter op een of andere manier in verband staan met dat oorspronkelijke trauma. ‘Ergens terecht komen’ betekent dat je je vollediger, dus ook met beelden, geluiden en je andere zintuigen, de geb***tenis weer herinnert. En daardoor beter in staat bent de geb***tenis te begrijpen/verwerken/een plekje te geven.

Want Kees heeft met zijn paniekreactie slechts een ‘gedeeltelijke’ herinnering of herbeleving gekregen. Hij ziet er geen beelden bij, die hem helpen te begrijpen waar dit over gaat.
Het feit dat Kees in paniek raakt bij een bepaalde geluidsprikkel, maar verder geen concrete herinnering krijgt van een bepaalde geb***tenis, bijvoorbeeld in de vorm van beelden, is op zichzelf niets bijzonders. Een geb***tenis, of dat nou de geboorte van je kind is of de verjaardag van je oma, bestaat uit allerlei componenten die ons geheugen opslaat. Beeld, geluid, gevoel, geur, smaak. Afhankelijk van hoeveel emotionele lading zo’n geb***tenis voor jou heeft gehad, slaat je geheugen zo’n geb***tenis op. Sommige geb***tenissen blijven je de rest van je leven actief bij, andere verdwijnen in het ‘niet-zo-belangrijk-kun-je-vergeten-laatje’, weer andere geb***tenissen komen juist in het ‘wil-ik-vergeten-dik-slot-erop’ laatje. Een term binnen de psychologie die voor dat laatste gebruikt wordt is: verdringing.

Verdringing is geweldig. We mogen met z’n allen heel blij zijn dat ons brein tot zoiets in staat is. Het behoedt ons van het constant herbeleven van pijnlijke herinneringen. Waardoor we redelijk normaal kunnen blijven functioneren, ook al zijn er akelige dingen gebeurd. Ik zou er dan ook zeker niet voor pleiten om alle verdrongen traumatische herinneringen bij een mens op te rakelen.

Echter, sommige verdrongen herinneringen laten zich op een gegeven moment niet meer zo makkelijk in dat laatje houden. Het laatje is gaan kieren onder invloed van ouderdom of stress, of juist omdat de eigenaar van die laatjes inmiddels sterker is geworden en de inhoud van dat laatje ‘verdragen kan worden’ door het bewuste, om het een nieuw, beter laatje te geven. Mensen merken dat door ervaringen zoals Kees die had: een toevallige prikkel (trigger) dringt binnen en roept een deel van de inhoud van het laatje op naar het bewustzijn. Heel vaak is dat ‘gevoel’. Paniek, een ‘unheimisch’ gevoel, onbestemd verdriet, boosheid of een specifieke lichamelijke sensatie, bijvoorbeeld dat je nekharen overeind gaan staan. Mensen begrijpen dan niet waar dat gevoel vandaan komt, maar het komt vaker terug. Verdringing verandert in ‘opdringing’.
Dat kan aanleiding zijn om de herinnering een handje te helpen, om tot het bewustzijn door te dringen. Een begraven herinnering aanschouwt als het ware opnieuw het levenslicht.

Veel mensen vinden dat, begrijpelijk, behoorlijk spannend. Die herinnering is immers niet voor niets ooit in dat laatje met vooral dat dikke slot erop terecht gekomen, en voor het jezelf vrijwillig en voor de lol pijn doen, bestaat ook een term: masochisme. En aangezien de meeste mensen die inslag niet hebben, kijken ze wel linker uit.
Als psycholoog en hypnotherapeut zit je ook niet te wachten op situaties waarin mensen door een oude hel moeten ploegen. Het is dus zaak en jouw taak dat die ‘bevalling’ niet ook nog eens een traumatiserende ervaring wordt voor je cliënt.

Ik leg Kees van tevoren uit hoe wij samen ervoor kunnen zorgen dat deze sessie iets positiefs oplevert en niet ongecontroleerd verloopt. Allereerst spreken we af, dat ik regelmatig zal vragen hoe het met Kees gaat, en Kees belooft mij naar eerlijkheid te antwoorden, als het hem te veel dreigt te worden, of het anders spontaan aan te geven. Een gevoel van controle over een onaangename geb***tenis haalt namelijk een groot deel van de stress al weg.
Daarnaast kun je van alles doen om de intensiteit van de beleving te temperen, om een ‘overload’ te voorkomen. Zo kun je in je verbeelding ‘afstand nemen’. Allemaal kennen we wel het verschil van beleving van dingen die van heel dichtbij of van een afstandje worden beleefd. Dichtbij is intenser, ver weg is vager.
Ook kennen we allemaal wel het verschil in beleving van kleur- en zwartwit filmpjes. Kleur maakt het ‘echter’. In je verbeelding je voorstellen dat je de beelden in zwart-wit ziet, creëert een gevoel van verminderde intensiteit.
Hetzelfde geldt voor grootte: Een film op een groot scherm ervaar je intenser dan op je smartphone. Ook die dimensie kun je in je hoofd veranderen bij een herinnering.

Vervolgens beginnen we met het oproepen van de gevoelens bij de herinnering aan de trigger. Kees heeft weinig moeite om dat weer voor de geest te halen, en wijst aan waar hij daarbij ook een onaangenaam gevoel in zijn lijf krijgt: zijn buik en halsgebied. Ik vraag hem voor te stellen hoe hij dit gevoel in een koffertje stopt, en met dit koffertje in een helicopter stapt en zo over zijn tijdlijn terug vliegt in de tijd. Door ‘naar beneden te kijken’ en te zoeken naar momenten waarop hij een dergelijk gevoel als hij in zijn koffertje heeft herkent, komt Kees op een ervaring uit zijn adolescentie. Een studievriend van hem was erg verliefd op hem, maar Kees wist dat niet. Na een avondje stappen bleef Kees slapen, en omdat er maar één bed was, aanvaardde hij het aanbod om bij die vriend in bed te slapen. De vriend begon Kees te betasten. Kees zegt: ‘Ik bevroor. Je zit in een hoek’.
Die laatste uitspraak (je zit in een hoek) opent een heel nieuw laatje, van veel vroeger. Kees herinnert zich een kindertekening die hij had gemaakt van een klein jongetje dat heel treurig in een hoek zit en vraagt zich af: ‘waarom maakte ik die tekening?’
Ik nodig hem uit te kijken naar die tekening. Een cascade van associaties en lichamelijke reacties komt op gang. Tijd voor mij om Kees heel nauwkeurig te blijven monitoren.
‘Hij kan geen kant op’ zegt Kees en ‘er is niemand die hem kan redden’. Ik als therapeut kan nu kiezen: laat ik hem in de dissociatie (het gebruik van het woord ‘hij’ i.p.v. ‘ik’)? Ik laat het, dit is al heftig genoeg en de dissociatie biedt de bescherming van de afstand. Hij krijgt pijn in zijn benen, ‘alsof er geen kracht in zit’, een gevoel van misselijkheid en hoofdpijn komt op, hij krijgt pijn in zijn armen.
Vervolgens beginnen zijn benen te schudden, een trappende beweging, armen kruisen in een beschermende houding voor zijn gezicht, zijn handen bedekken zijn gezicht.
Ik blijf hem vertellen: ‘je bent veilig, je bent hier, ik ben bij je’. Ik benadruk daarbij dus wel al voorzichtig dat dit gaat over hém in het verleden en niet over een ander, maar dat er tegelijk ook een ‘hier’ in het hier en nu is, naast het ‘daar’ en het ‘daar en toen’ van de herinnering waar hij nu in zit. En natuurlijk vraag ik ook of het nog gaat. Kees knikt, lacht een beetje ongelovig: wat geb***t er allemaal?
Ik nodig hem uit zijn benen en armen te laten doen wat ze willen doen, en het schudden/trappen van de benen en het maken van afwerende armbewegingen gaat nog even door, gevolgd door zwaar ademen en een paar emotionele uitroepen.
Op dat moment blaft Pien, mijn hond, beneden in de hal ineens luid. Iets heeft haar waakzaam gemaakt. In stilte vervloek ik haar, dit is een verstoring van de trance. Maar Kees lacht even, opgelucht lijkt het wel. Terwijl hij nog zwaar blijft ademen, neemt hij ‘een beschrijvende positie’ in. Hij omschrijft wat zijn lichaam voelt, en zegt: ‘en tegelijkertijd voel ik me gered door de hond’.

Tijdens de nabespreking kijken we nog eens terug op de gevoelens die de r***e passeerden en concluderen dat het heftig was, maar dat Kees wel het gevoel van controle was blijven houden. Ook spreken we af bij de volgende sessie de draad weer op te pakken bij het moment waar Piens geblaf de trance onderbroken had. De sessie heeft grote indruk op Kees gemaakt, en hij zegt nogmaals hoe hij een enorm gevoel van dankbaarheid naar Pien voelt. ‘Alsof zij mij beschermde’.
Ik glimlach. Pien, mijn hondenheldin.

*De persoon 'Kees' bestaat echt, maar een aantal persoonskenmerken zijn veranderd.
Pien is gewoon haarzelf.

14/06/2017

Gif

Het is prachtig weer vandaag en alsof dat de dag nog niet feestelijk genoeg maakt, komt daar ’s middags om vier uur het verlossende telefoontje van mijn zoon: mam! Ik ben geslaagd!
Na zes jaar van – soms met frisse tegenzin – bu****en op school, heeft meneer zijn fel begeerde papiertje op zak.
Proostend met een glaasje champagne mijmer ik wat over die afgelopen zes jaar. Of nog meer: de jaren daarvoor. De jaren waarin zoonlief als kleuter op school kwam, al op zijn vijfde ingewikkelde woorden kon lezen, complexe vragen stelde en een hoge intelligentie liet blijken, maar op de een of andere manier maar heel mondjesmaat uit de verf kwam op zijn rapporten. Eerst werd gezegd, dat hij nog te speels was, daarna dat hij gemakzuchtig was, dat hij dingen niet afmaakte, dat hij zich van een Jantje van Leiden afmaakte van zijn schooltaken.
De frustratie groeide. Mijn zoon hield zich bezig met het Universum, planeten, Atlantis, had een filosofische inborst. En steeds maar weer die rapporten: matig, net voldoende.
Totdat één juf in groep vijf aan de bel trok. Haar was de kloof tussen het gedrag dat mijn zoon liet zien buiten schooltaken om en wat hij presteerde op school ook opgevallen. Ze waarschuwde me: dit kind hoort straks thuis op het VWO, maar als dit zo doorgaat, krijgt hij in groep 8 een VMBO advies. En dan heeft hij pas écht een probleem, want die gaat zich daar stierlijk vervelen.
Een vermoeden rees: een concentratiestoornis. En ja hoor, daar kwam de diagnose. Mijn kind leed aan ADD (aandachtstekort stoornis), het wat minder drukke broertje van ADHD.
Tja, wat te doen? Pillen? Werd mijn zoon nu zo’n ‘Ritalin-kind’? Het gruwde me. Alle dingen die me ter ore kwamen uit de media kwamen aan me voorbij. Krantenartikelen van hoe Ritalin een fantastische farmaceutische hoax was, opgezet door een doortrapte psychiater die op zijn sterfbed bekende dat ADHD helemaal niet bestond. Meewarige blikken van ouders op school over dat ene drukke jongetje dat zo nodig van zijn ouders volgestopt moest worden met pillen, alsof schoolprestaties het enige waren wat telde.
Na de nodige twijfel besloten we op aanraden van een enthousiaste ‘Ritalin ouder’ toch maar de sprong te wagen. Mijn zoon ging aan de medicatie.

Wat. Een. Zegen.

Binnen no time kwamen nieuwsbrieven van school gewoon mee uit school, zoals de bedoeling. Gymspullen bleven niet achter in de gymzaal om pas een week later, stinkend en wel, weer ergens onder een bankje op te duiken. Broodtrommeltjes werden niet weken later met hun beschimmelde inhoud ergens in een kastje terug gevonden, maar kwamen aan het eind van een schooldag leeg weer mee naar huis.
Opdrachtjes als ‘ga je pyjama aantrekken, poets je tanden en geef de cavia’s te eten’ werden alle drie zonder pardon uitgevoerd, want alle drie onthouden.
En op school werden taakjes afgemaakt, werden toetsen geleerd, complexe opdrachten begrepen en uitgevoerd en dwaalde mijn kind niet dromerig een half uur door school als hij eenmaal naar de w.c. had mogen gaan. Het wekte dan ook geen verbazing dat zijn schoolresultaten in korte tijd verbeterden.

Tijdens het zolder opruimen stuitte ik onlangs op een opstel dat mijn zoon in de tweede klas van de middelbare school moest schrijven over ‘crossroads’ in zijn leven, beslissende momenten zogezegd. En met stip omschreef mijn ‘Ritalin-kind’ in het Engels hoe blij hij was om er op zijn 9e achter te zijn gekomen dat hij ADD had. Hoe het zoveel had verklaard van de dingen die mis gingen in zijn leven. Hij omschreef de frustratie van zijn best doen, en steeds alles te zien mislukken. De eeuwige kritiek die hij had gekregen, op school en thuis. Het verdriet om de onmacht van niet weten hoe dit nou zo kwam en vooral wat er tegen te doen. En de dankbaarheid dat er inderdaad iets bestond wat je er tegen kon doen. Pillen. Een farmaceutische bril als het ware, die hem hielpen om dat er uit te laten komen wat in hem zat.

Mijn Ritalin-kind slikt sinds drie jaar geen pillen meer, want, zo legde hij mij vanmiddag uit, die pillen hadden hem vooral heel erg geholpen om te leren leren, te leren structureren, te leren focussen. Toen hij dat eenmaal had geleerd, kon hij het wel op eigen kracht. Maar die Ritalin, die is zijn life-saver geweest.

Mijn zoon zit nu in de kroeg met zijn vrienden te feesten. Zijn Gymnasium-diploma met mooie cijfers voor het zwaarste profiel denkbaar heeft hij in de pocket. Dat gif Ritalin was voor hem een gift.

Wilt u dat uw bedrijf hét hoogst genoteerde Gezondheids- En Schoonheidsbedrijf in Haarlem wordt?
Klik hier om uitgelicht te worden.

Adres


Haarlem
2013XR

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:15
Dinsdag 09:00 - 17:15
Woensdag 09:00 - 17:15
Donderdag 09:00 - 17:15
Vrijdag 09:00 - 17:15
Zaterdag 09:00 - 12:30